De Blauwe Ruit: van de Schelde naar Roubaix

Je kan de hele metropool rond fietsen met water aan je zijde. Je peddelt van platteland naar stad, van open golvend landschap door betonnen stadsvalleien en langs groezelige achtertuinen naar groene vlakten, van de ene regio naar de andere. Water kent geen grenzen, net als deze fietstocht. UiT neemt je in drie episodes mee langs de blauwe ring. Van de Scheldevallei naar Roubaix, van de Deûle naar de Leie.

Een kaart van de Eurometropool Lille-Kortrijk-Tournai toont niet alleen wegen maar ook veel waterlopen. Het water vormt een blauwe ring langs en doorheen een druk bevolkte regio. In het oosten van deze ring vind je het kanaal Bossuit-Kortrijk dat de Schelde met de Leie verbindt, in het westen vind je de Deûle. Die twee uitersten zijn verbonden via het kanaal van Roubaix en de Marque in het zuiden, via de Leie in het noorden.

Ooit waren deze waterlopen het kloppende hart van het stadsweefsel. Maar sedert de teloorgang van de textielindustrie en de opkomst van het vrachtvervoer via de weg verminderde het watertransport. In de tweede helft van de twintigste eeuw verloren veel waterlopen zo hun rol. Ook de blik tegenover het water wijzigde: autoverkeer was de toekomst, water stond voor het verleden. Water werd weggestopt, er werd decennialang gebouwd met de rug naar rivieren en kanalen.

Het is nu intussen al een paar tientallen jaren dat steden en gemeenten het belang van deze blauwe aders opnieuw hoog inschatten. Er wordt opnieuw gebouwd langs het water, er is meer zorg voor landschapsontwikkeling én de waterkwaliteit gaat omhoog.

IMG_2453

Interfluvium

Onze tocht langs de blauwe ring start in Kortrijk. Die stad heeft in 2015 feestelijk het einde van de Leiewerken kunnen vieren met het festival De Grote Verleieding. De verbreding en verdieping van de Leie heeft er geleid tot een metamorfose van de stadskern.

Ik laat het kanaal Bossuit-Kortrijk even links liggen omdat de fietstocht daarmee iets té ambitieus zou worden en ik zoek de kortste weg naar de Scheldevallei: over de kleikoppen, de rollende heuvels in het interfluvium, het gebied tussen Leie en Schelde.

Ik verlaat de stad ter hoogte van het immer uitdeinende Kennedypark. Het blijft een bizar beeld, dat vreemde nabuurschap van kantoren en boerderijen. Pal tussen de verkommerde hoeves staat nu sedert kort ook een futuristische schijf. Wat verder grazen de koeien pal naast de Nationale Bank. Tijd voor overpeinzingen over de grenzen van de stad en het belang van open ruimte is er niet. Tijdens de rit naar Bellegem en Dottenijs krijg ik meteen al hellingen te verteren. Ik raak meteen opgewarmd voor wat nog komt. Als de Bellegemse Dottenijsestraat overgaat in de Rue de Belleghem rijd ik Wallonië binnen. Café De Os heeft een Vlaamse naam, maar staat al op het grondgebied van Dottenijs.

In de verte razen de auto’s over de E403, de weg van Doornik naar Brugge. Ik herinner me dat het er in mijn kindertijd nog muisstil was, hoewel het beton en asfalt al netjes klaar lagen voor de auto’s. De A17/E403 was een spooksnelweg en vormde een grote speeltuin voor de jongeren van Bellegem en Rollegem. De A17 zou normaal al in 1986 in gebruik genomen zijn, maar een communautaire rel verhinderde dit. Het Waals Gewest en de stad Moeskroen wilden geen bouwvergunning afleveren voor het sluitstuk van de snelweg: het deel tussen Dottenijs en de grens met Kortrijk. Een Vlaamse beslissing was de aanleiding voor het grensconflict: de Vlaamse regering had de N58 uit het Gewestplan gelicht waardoor Komen niet goed ontsluitbaar was. Pas eind de jaren 90 kwamen de politici uit de impasse: de N58 werd door de Vlamingen alsnog doorgetrokken naar de A19 en de Walen werkten het laatste stuk van de A17 (E 403) af. Na een geschil van maar liefst vijftien jaar kan je sedert 1998 naar Doornik rijden via de snelweg.

IMG_2461

Een kanaal voor de industrie

Ik rijd de gemeente Dottenijs door, het is net marktdag. Ik passeer charmante cafés zoals de Repos des Alliés. Vanaf nu gaat het pal richting Spierekanaal. Dat kanaal  kan je op het Waals grondgebied goed herkennen aan de kilometerslange bomenrij die het kanaal omzoomt. Begin de jaren 2000 was er nog een rel rond die bomen. Het Spierekanaal ligt 2,5 kilometer op Vlaams grondgebied. De Vlaamse overheid besliste om er de populieren te rooien waarvan de wortels het jaagpad omhoog duwden en om er eiken in de plaats te zetten. Een jammere zaak vonden landschapsminnaars, zo werd de kilometerslange bomenrij verbroken.

IMG_2462

Ik bereik het water met een eerste zicht op de blauwe ring. Het kanaal snijdt lijnrecht door het landschap. Parallel lopen de grote en de zwarte Spierebeek. Onder de imposante bomenrij fiets ik naar het westen. Joggers, fietsers en een occasionele plezierboot komen me tegemoet. Het pad is verhard, hoewel het asfalt door de bomenwortels beschadigd is. Ogen op de weg is aangewezen.

Het Spierekanaal – vanaf de Franse grens Canal de Roubaix – werd gegraven in de negentiende eeuw. De groeiende textielindustrie in Roubaix en Tourcoing had nood aan water om te blussen, om de bedrijven te laten draaien, aan een manier om goederen te exporteren naar Gent en Duinkerke en om kolen uit Henegouwen en het Bassin Minier aan te voeren. Voor al die noden vormde een kanaal de ideale oplossing. Het Canal de Roubaix overbrugt het hoogteverschil tussen de vallei van de Marque en de Schelde.

Al in de zeventiende eeuw lanceerde de Franse bouwmeester Vauban de idee om de Deûle met de Schelde te verbinden. In 1813 nam de burgemeester van Roubaix dit project op. Het duurt echter tot 1827 voor de werken een eerste keer van start kunnen gaan. In een eerste tracé wilde men het kanaal door de heuvel van Croix laten lopen, maar dat leverde teveel technische moeilijkheden op en de werken werden na een tijdje gestopt.

In 1832 is de Marque al gekanaliseerd, maar op de verbinding met de Schelde bleef het wachten. Er was een ontmoeting van de Franse koning Louis-Philippe en de kersverse Belgische koning Leopold I voor nodig om de zaak weer vlot te trekken. Pas in 1840 zouden de Belgen starten met het graven van hun deel van het kanaal. In 1843 voeren de eerste boten van de Schelde naar Roubaix.

Nu moest nog het deel tussen Roubaix en de Marque worden gerealiseerd. De ingenieurs hadden het falen van de werken door de heuvel van Croix nog niet verteerd. Maar de industriëlen van Roubaix en Tourcoing bleven druk zetten op de overheid om de verbinding te realiseren. In 1877 is de klus eindelijk af: het kanaal van Roubaix was nu helemaal klaar voor de scheepvaart. De aanvankelijk geplande en half gerealiseerde ondergrondse verbinding voor het tracé van Croix werd later omgebouwd tot het bekende Parc Barbieux.

IMG_2468

Na de inhuldiging van de waterverbinding bleek het kanaal snel een schot in de roos te zijn. In de hoogconjunctuur passeerden er meer dan 6000 schepen per jaar. Die voorspoedige jaren duurden tot na de tweede wereldoorlog en eindigden begin de golden sixties. Vrachtvervoer via de weg leek in die periode voordeliger dan transport via het water. Bovendien duurde het bijna drie dagen om de achttien kilometer en bijna evenveel sluizen per boot te overbruggen. Het kanaal beschikt ook over een klein gabariet. In de jaren zestig wilde men het kanaal nog verbreden en verdiepen, maar halfweg de jaren zeventig belandde dit plan in de kast. Midden de jaren tachtig werd de scheepvaart op het kanaal stilgelegd. In het voorbije decennium is er opnieuw pleziervaart mogelijk op het kanaal dankzij een grensoverschrijdend project.

Bart Noels

In de volgende aflevering rijden we door Roubaix en het noorden van de Rijselse metropool en maken kennis met de vele activiteit langs het water.

Met dank aan Zuidwest. Deze reportagereeks verscheen in 2016 bij UiT in Zuidwest

408km – étape 5 : Bouvines – Armentières

Tournée générale (1)

À la fin du Grand Tour, nous suivons la ligne frontalière de l’Eurométropole, une escapade de 408 kilomètres. D’Armentières à Ruiselede, d’Enghien à La Bassée, à la recherche des histoires nées dans la périphérie de notre région frontalière. Cette dernière étape nous emmène dans le sud de la métropole de Lille, de Bouvines à Armentières, en passant par La Bassée.

Des lattes en bois dans la périphérie

La traversée de la frontière entre Hertain (BE) et Baisieux (FR) relève de la fiction. Quant au tabac et à l’alcool qu’on a l’habitude de voir, ils sont bel et bien là. Toutefois, je traverse la frontière sans même m’en rendre compte. La traversée du territoire semble ininterrompue. Mais enfin : je suis de nouveau en France ! C’est la dernière étape de mon périple. Ce côté français présente la ligne frontalière la plus courte de l’Eurométropole, toute la densité de cette région se trouve sur l’axe Tourcoing-Roubaix-Lille, ce qui rend cette frontière sud rurale de la métropole de Lille encore plus fascinante. Que peut-on rencontrer dans la périphérie d’une métropole ? 

À ma grande surprise, les nouveaux supermarchés du nord étaient tous recouverts de lattes en bois. Prenez par exemple l’Auchan à Neuville-en-Ferrain qui est entouré de toute une flopée de magasins. Toutes les façades sont pourvues de lattes en bois. Cela semble être une excuse pour dissimuler la plupart des grands magasins de la situation périphérique. Ici aussi à Camphin-en-Pévèle : le nouveau Super U a des allures de chalet. Le centre commercial « So Green » de Lesquin est on ne peut plus ironique. Le commerce des villages n’est pas sur le point de disparaître, mais il languit depuis les années 80.

Bouvines

Je fais une halte à l’église Saint-Pierre de Bouvines, un majestueux bâtiment en haut de la colline, avec un intérieur surprenant. Les vitraux racontent l’histoire de la bataille de Bouvines en 1214. En ce temps-là, la commune appartenait au comté de Flandre. Le roi Philipe II de France se livra à la bataille sous la direction d’Otto IV, empereur du Saint-Empire romain germanique. Il s’agissait en soi d’un combat entre un seigneur féodal et un vassal, mais la victoire française inspira la future mythification : de nombreux artistes écrivirent ou chantèrent la bataille jusqu’à la fin du dix-neuvième siècle, quand les vitraux de cette église furent posés. 

Schermafbeelding 2019-06-14 om 17.55.43

En route vers Fretin, Péronne-en-Mélantois et Les Marais de la Marque. À cet endroit, vous pourrez admirer de magnifiques marais de 22 hectares, une zone refuge pour les oiseaux aquatiques. 

Repérer les avions

Il y a quinze ans, Lesquin possédait encore un aéroport régional avec de l’ambition. Entre-temps, cet aéroport est devenu une véritable plaque tournante européenne pour le transport de passagers et de marchandises. Plus de deux millions de personnes par an y prennent l’avion, principalement vers les pays qui se situent autour de la Méditerranée. Je m’en vais donc repérer des avions sur la route entre Lesquin et Fretin.

IMG_2857
IMG_2851

Flotter dans les airs

Vous pouvez également voler dans le simulateur de chute libre Weembi un peu plus loin. Je vais observer une initiation. Il semble particulièrement difficile de flotter de façon stable, alors que de puissants ventilateurs produisent des vents pouvant atteindre une vitesse de près de 200 kilomètres à l’heure.

Le Fort de Seclin

Ce fort est désormais un musée privé dédié à la Première Guerre mondiale. Le bâtiment en briques est principalement souterrain. Construit en 1874, il s’agit de l’un des forts de protection de Lille. Il faisait partie d’une ceinture de plus de 400 forts entre Nice et Dunkerque, qui devait protéger la France d’une invasion allemande. Il n’a eu aucun rôle significatif durant la Première Guerre mondiale ; Lille a été occupée par les Allemands sans trop de tumulte et le fort est resté intact. Il a également servi de lieu d’exécution au cours de la Seconde Guerre mondiale.

Paradis

Passé Seclin, je tombe sur La Ferme du Paradis. Le fermier cultive et les clients viennent faire leur propre cueillette. 

IMG_2880

Mosaïc

Le parc MOSAÏC est situé à Houplin-Ancoisne. Le parc naturel se trouve près de la Deûle, la rivière qui relie la métropole de Lille avec les bassins miniers au sud. Depuis le début des années 90, les autorités veulent créer un poumon vert dans ces anciens bassins industriels. Le cadmium, le chrome et d’autres métaux lourds ont forcé les autorités à procéder à une dépollution complète. 

img_2547-1.jpg

Une trentaine d’architectes paysagistes se sont donc mis à la tâche. Le résultat : dix jardins avec des sculptures qui rappellent entre autres l’Afrique, le Portugal, l’Asie et la Grande-Bretagne.  Des plantes parfumées, des figuiers, du thym et de l’anis enivrent vos sens. Une passerelle chinoise dévoile du jasmin et du bambou. Une cabine téléphonique britannique sert de passage. Chacun de ces éléments du paysage crée une atmosphère à la fois intime et ouverte, grâce au magnifique parc paysager ouvert qui relie les jardins. La structure en tube orange d’un géant flamand offre un point de vue d’un mètre de haut. J’y suis déjà allé plusieurs fois. Actuellement, le parc est fermé pour l’hiver, mais voici quelques images d’été. 

La Bassée

Le point le plus au sud de la métropole lilloise surplombe Lens et ses terrils. Le canal de l’Aire forme la ligne frontalière entre les départements du Nord et du Pas de Calais. Il relie la Lys à la Deûle. Ce n’est pas une ville remarquable, mais elle a une histoire mouvementée. Au Moyen Âge, La Bassée était encore une ville flamande, située littéralement dans un petit coin perdu, comme une sorte d’avant-poste. 

Je considère l’église Saint-Vaast avec étonnement : un jeu d’ensemble un peu spécial d’ancien et de nouveau. Toutefois, la partie ancienne ne semble pas si ancienne que cela. Le clocher actuel date d’après la Première Guerre mondiale, mais les techniques de béton n’étaient pas si bonnes. En 2003, la nef a été démolie, la tour est restée en place et une nouvelle construction a été ajoutée.

Les Weppes

Je me dirige vers Armentières en passant par le pays de Weppes. Je m’approche des 408 kilomètres. 

IMG_0324

Les villages des Weppes sont quelque peu reculés dans la métropole lilloise, un « no man’s land » entre l’ardente métropole lilloise et la vallée de la Lys française. Cette région était littéralement un « no man’s land » durant la Première Guerre mondiale. Les Weppes : une région où la guerre et le silence se rencontrent.

Armentières

J’ai parcouru 408 surprenants kilomètres. La périphérie de l’Eurométropole était généreuse, riche, diverse et particulièrement fascinante. En espérant que ce voyage vous inspirera pour vos escapades dans la région frontalière !

IMG_2895
IMG_2897

408km – rit 5: Bouvines – Armentières

Tournée générale (1)

Op het einde van Le Grand Tour trekken we langs de grenslijn van de Eurometropool, een tocht van 408 kilometer. Van Armentières tot Ruiselede, van Enghien tot La Bassée. Op zoek naar de verhalen in de periferie van onze grensregio. In deze laatste etappe trekken we door het zuiden van de metropool Lille, van Bouvines via La Bassée naar Armentières.

Houten latjes in de periferie

De grensovergang tussen Hertain (BE) en Baisieux (FR) is een non-gebeuren. De gebruikelijke tabak en alcohol is er wel. Maar ik rijd de grens over zonder het echt aan te voelen. Het gebied lijkt naadloos over te lopen. Maar enfin: ik ben opnieuw in Frankrijk! De laatste etappe op mijn tocht. Dit Franse stuk biedt de kortste grenslijn van de Eurometropool, alle densiteit in deze regio bevindt zich op de as Tourcoing-Roubaix-Lille. Dat maakt deze landelijke zuidergrens van de metropool Lille des te fascinerender. Wat tref ik aan in de periferie van een grootstad? 

Wat me opvalt is dat de recente supermarkten in Le Nord allemaal met houten latjes zijn beslagen. Kijk ook maar eens verderop in Neuville-en-Ferrain waar de Auchan sedert een tijdje vergezeld wordt door een conglomeraat van winkels. Op de gevels: allemaal houten latjes. Het lijkt een excuus om de perifere ligging van de meeste koopcentra te verhullen. Ook hier dus in Camphin-en-Pévèle: de nieuwe Super U heeft de uitstraling van een boshut. Wat verder wordt de ironie ten top gedreven met het ‘So Green’ winkelcentrum bij Lesquin. Intussen is de handel in de dorpen niet op sterven na dood, maar sedert de jaren tachtig gewoon weggevaagd. 

Bouvines

Ik houd halt bij de kerk van Saint-Pierre de Bouvines. Een statig gebouw bovenop de heuvel, met een verrassend interieur. De glasramen vertellen het verhaal van de slag bij Bovines in 1214. Bouvines hoorde in die tijd tot het Graafschap Vlaanderen. De Franse koning Filips II vocht er met een onder leiding van de Rooms-Duitse keizer Otto IV. Dit was op zich een strijd tussen een leenheer en een vazal. Maar de Franse overwinning inspireerde de latere mythevorming: tal van kunstenaars schreven of bezongen deze strijd. Tot eind de negentiende eeuw zelfs, toen de glasramen in deze kerk werden geplaatst. 

Schermafbeelding 2019-06-14 om 17.55.43Ga mee op stap naar Fretin, Péronne-en-Mélantois en Les marais de la Marque. Hier bevindt zich een prachtig moerasgebied van 22 hectare, een toevluchtsoord voor watervogels. 

Vliegtuigen spotten

Vijftien jaar geleden had Lesquin nog een regionale luchthaven met ambitie. Intussen is deze luchthaven uitgegroeid tot een serieuze Europese draaischijf voor passagiers- en vrachtvervoer. Meer dan twee miljoen personen per jaar nemen er een vlucht, voornamelijk naar de landen rond de Middellandse Zee. Ik ga even vliegtuigen spotten aan de weg tussen Lesquin en Fretin.

IMG_2857
IMG_2851

Zweven in de lucht

Vliegen kan je ook in de vrije val simulator Weembi wat verderop. Ik kijk even mee naar een initiatie. Het lijkt bijzonder moeilijk om stabiel te zweven, terwijl krachtige ventilatoren windsnelheden produceren tot bijna 200 kilometer per uur.

Fort van Seclin

Dit fort is nu een privaat museum gewijd aan de Eerste Wereldoorlog. Het bakstenen gebouw bevindt zich overwegend ondergronds. Het is één van de forten die Lille moest beschermen en is gebouwd vanaf 1874. Het fort maakte deel uit van een gordel van ruim 400 forten tussen Nice en Dunkerque, een gordel die Frankrijk moest beschermen tegen een Duitse inval. Het heeft geen noemenswaardige rol gehad in de Eerste Wereldoorlog, Lille werd zonder veel poespas ingenomen door de Duitsers en het fort bleef intact. Het diende in de Tweede Wereldoorlog nog als executieplaats.

Paradijs

Voorbij Seclin vind ik deze plukboerderij: La ferme du Paradis. De boer kweekt. De klanten komen zelf plukken. 

IMG_2880

Mosaïc

In Houplin-Ancoisne bevindt zich MOSAÏC. Het natuurpark bevindt zich bij de Deûle, de rivier die de metropool Rijsel verbindt met het mijnbekken in het zuiden. Sedert de vroege jaren negentig wilde de overheid een groene long creëren in dit voormalige industriële bekken. Cadmium, chroom en andere zware metalen dwongen de overheid tot een grondige sanering. 

img_2547-1.jpg

Een dertigtal tuinarchitecten ging er vervolgens aan de slag ging. Het resultaat: tien tuinen met sculpturen die refereren naar ondermeer Afrika, Portugal, Azië, Groot-Brittannië. Geurende planten, vijgenbomen, tijm en anijs bedwelmen je zintuigen. Een Chinees looppad onthult jasmijn en bamboe. Een Britse telefooncel dient als doorgang. Stuk voor stuk scheppen deze stukken landschap een sfeer, die tegelijk intiem en open aanvoelt, door het mooie open landschapspark dat de tuinen verbindt. Vanop de oranje buizenstructuur van een Vlaamse reus krijg je een metershoog uitzichtpunt. Ik ben er al vele keren geweest. Nu is het park gesloten voor de winter. Maar hier alvast wat beelden uit de zomer. 

La Bassée

Het zuidelijkste punt van de Rijselse metropool kijkt uit op Lens en haar terrils. Het kanaal d’Aire vormt de grenslijn tussen het departement Nord en Pas de Calais. Het kanaal verbindt de Leie met de Deûle. Het is geen opvallend stadje, maar het kent een bewogen geschiedenis. In de middeleeuwen was La Bassée nog een Vlaamse stad, letterlijk in een uithoek, als een soort voorpost. 

Ik kijk wat verwonderd naar de kerk Saint-Vaast. Een bizar samenspel van oud en nieuw. Maar ook dat oud is niet zo oud. De huidige kerktoren dateert van na de Eerste Wereldoorlog, maar de betontechnieken waren nog niet zo goed. In 2003 heeft men het schip afgebroken en de toren laten staan en men heeft er een nieuwe constructie bijgevoegd.

Les Weppes

Via Les Weppes rijd ik naar Armentières. De 408 kilometer zitten er stilaan op. 

IMG_0324

De dorpen van Les Weppes liggen wat achterin de Rijselse metropool. Een niemandsland tussen de drukke metropool van Rijsel en de Franse Leievallei. Deze streek was ook letterlijk niemandsland in de Eerste Wereldoorlog. Les Weppes: een streek waar oorlog en stilte elkaar vinden.

Armentières

De cirkel is rond. 408 verrassende kilometers heb ik achter de rug. De periferie van de Eurometropool was genereus, rijk, divers en ongemeen boeiend. Hopelijk mag deze trip inspirerend zijn voor uw tochten in de grensregio!

IMG_2895
IMG_2897

Visite à Staden

Ce jeudi, nous sommes allés en bus à Staden pour rencontrer nos correspondants. Nous avons été accueillis par les élèves de la classe et ils avaient préparé un mot de bienvenue en français.

IMG_1873

Ensuite pour se connaître encore mieux, nous nous sommes présentés chacun notre tour. Nous avons dit notre prénom, si nous avions des frères et des sœurs, d’où nous venions et aussi ce que nous aimions faire le plus. On s’est trouvé de passions communes.

Puis, nous avons été mis par groupes et là avec les élèves nous avons visité les classes et l’école. Quel plaisir de découvrir les classes parce qu’en plus les professeurs nous ont tous accueillis en français. Après un moment de jeu collectif dans la cour, nous sommes repartis en bus en direction de Courtrai.

IMG_1891

Nous avons mangé dans le studio de Passerelle et nous avons rencontré le directeur artistique de Passerelle. C’est là que Jo nous a rejoint. Puis nous sommes partis à la découverte de quelques endroits de la ville de Courtrai. 

Grâce à Bart et à Jo, nous avons appris un tas de choses et d’ailleurs nous avons passé un moment fantastique. Nous avons pris des notes parce qu’en rentrant en classe nous avons réalisé un mini journal pour raconter notre sortie. 

D’ailleurs nous allons le diffuser sur notre blog.

On a eu tout au long de la journée de nombreuses surprises. Des mamans sont venues avec nous, il y avait aussi des papas, nous avons fait toutes les visites ensemble. On avait toujours envie de poser pleins de questions. En plus de découvrir des lieux, des endroits, on a appris pleins de choses sur l’histoire de la ville et de ses habitants, de leurs habitudes.

C’est fou et incroyable parce que ce n’est pas si loin mais c’est vraiment l’étranger, comme si nous étions en vacances très très loin parce que nous nous serions crus en vacances tant la journée est passée si vite.

On a tous qu’une seule envie y retourner, y retourner vite.

C’était une superbe journée !

« C’est passé trop vite, j’ai appris pleins de choses. » Raja

« J’aime l’école de Staden parce qu’ils ne sont pas nombreux par classe. » Rayan

« C’est chouette de parler plusieurs langues. J’aimerai bien apprendre le néerlandais. » Zakaria

« C’est beau cette ville, le canal, j’adore » Linda Maman de Ametoullah

« J’aime bien savoir qu’on a des correspondants si loin et qu’ils connaissent Roubaix et notre école. » Doria

« Je voudrais y retourner j’ai encore des questions à poser. » Shanick


Bezoek aan Staden

Deze donderdag zijn we met de bus naar Staden gegaan om onze penvrienden te ontmoeten. We werden begroet door de leerlingen van de klas en ze hadden een welkomwoord in het Frans voorbereid.
Om elkaar vervolgens nog beter te leren kennen, stelden we ons om beurten voor.
We zeiden onze voornaam, als we broers en zussen hadden, waar we vandaan kwamen en ook wat we het liefst deden. We hebben gemeenschappelijke passies gevonden.

Daarna werden we in groepjes gezet en daar bezochten we samen met de leerlingen de klassen en de school. Wat een plezier om de klassen te verkennen, want de leraren hebben ons allemaal in het Frans ontvangen. Na de speeltijd op de binnenplaats vertrokken we met de bus richting Kortrijk.

We aten in het atelier van Passerelle en ontmoetten de artistiek directeur van Passerelle. Daar heeft Jo zich bij ons gevoegd.

Daarna gingen we op ontdekkingstocht naar enkele plaatsen in de stad Kortrijk.
Dankzij Bart en Jo hebben we veel geleerd en een fantastische tijd gehad. We hebben aantekeningen gemaakt omdat we bij terugkomst in de klas een minidagboekje hebben gemaakt over onze reis.
We gaan het op onze blog publiceren.

We hebben de hele dag veel verrassingen gehad. Mama’s kwamen met ons mee, er waren ook papa’s, we hebben alle bezoeken samen afgelegd. We hebben altijd al veel vragen willen stellen. Naast het ontdekken van plaatsen hebben we veel geleerd over de geschiedenis van de stad en haar inwoners, hun gewoontes.
Het is gek en ongelooflijk omdat het niet zo ver weg is, maar het is echt in het buitenland, alsof we ver op vakantie zijn, ver weg omdat we denken dat we zo snel op vakantie zijn.

We hebben allemaal maar één verlangen om terug te gaan, om snel terug te gaan.
Het was een geweldige dag!

« Het ging zo snel, dat ik veel dingen heb geleerd. » Raja
« Ik vind de school in Staden leuk omdat ze niet veel leerlingen per klas hebben. » Rayan.
« Het is leuk om verschillende talen te spreken. Ik zou graag Nederlands leren. » Zakaria
« Het is prachtig deze stad, het kanaal, ik hou ervan » Linda Mama van Ametullah
« Ik vind het leuk om te weten dat we penvrienden zo ver weg hebben en dat ze Roubaix en onze school kennen. » Doria
« Ik wil graag teruggaan en nog wat vragen stellen. » Shanick

Vin de l’Eurométropole : « Le Heuvelland est prédestiné à produire des bulles »

La Belgique est en train de se faire une place parmi les grands pays viticoles. Le réchauffement climatique permet de produire des vins belges de qualité. L’Eurométropole possède encore d’autres atouts. « Le paysage vallonné du Heuvelland garantit un bon drainage naturel et donc un sol sec. En ajoutant l’ensoleillement, le sol qui se réchauffe vite et la proximité de la mer, nous avons un microclimat propice au mûrissement des raisins », explique Martin Bacquaert, le vigneron du domaine viticole Entre-Deux-Monts à Westouter.

La cueillette a débuté tôt cette année, signe d’un été très chaud, mais comme Martin Bacquaert cultive six variétés de raisins ayant différents temps de maturation, les vendanges se sont étalées sur une longue période. « La pluie a joué les trouble-fête, mais n’a pas nui aux raisins, dont la qualité se joue les mois qui précèdent. Les excellents étés de ces deux dernières années ont permis une maturation optimale des raisins. La récolte de 2018 a été abondante. Ce n’est pas le cas cette année, ce qui donnera probablement des vins plus concentrés, mais il est encore trop tôt pour se prononcer. » Le Pinot 2018 d’Entre-Deux-Monts vient de remporter un prix d’honneur dans le Wijnkoopgids 2020 de Frank Van der Auwera. 

Deux étés chauds et des raisins qui peuvent être récoltés à maturité, le réchauffement climatique est-il bénéfique à la viticulture dans notre pays ?

 « Nous ne devons pas nous laisser aveugler par les deux derniers étés, le réchauffement climatique donnera d’autres années chaudes, mais aussi des vagues de froid. Nous aurons du gel au printemps, des sécheresses, du vent, de la pluie, mais je pense que les pays viticoles traditionnels seront plus durement touchés que nous. Cet été, des vignobles ont déjà brûlé dans le Sud de la France. Une caractéristique du Heuvelland est la mer toute proche ; elle a un effet tampon, modérateur. L’été chez nous est un peu moins chaud, mais le printemps est aussi un peu moins froid, ce qui réduit le risque de gel printanier. Ce qui prédestine le Heuvelland, une appellation d’origine protégée, à produire des bulles, du vin mousseux. Avec le réchauffement, nous constatons que nous pouvons déjà réduire le dosage (l’ajout de sucre) de 8 ou 9 à 4 ou 5 grammes. Et bientôt, je pourrai peut-être produire un Wiscoutre dosage zéro. Pour le vin rouge, c’est différent. Je ne pense pas que nous pouvons égaler la qualité des meilleurs vins français. Les différences d’une année à l’autre seront encore plus marquées pour le rouge que pour le blanc. »

gebouw

La région du Heuvelland a aussi le bon sous-sol.

 « C’est exact. Le sol sablo-limoneux, le grès de fer et le silex accélèrent le réchauffement en surface et l’écoulement des eaux. Le grès ferrugineux distien se trouve aussi dans le Hageland, les Ardennes flamandes et le Tournaisis. Si vous descendez vers Mons, vous trouvez de la pierre calcaire comparable à celle de la Champagne. La composition idéale du sol, l’inclinaison et la proximité de la mer donnent des vins d’une grande fraîcheur. Des vins frais, aromatiques et élégants. Des vins pas trop alcoolisés, très prisés par les consommateurs d’aujourd’hui. »

Est-il possible d’être viticulteur / producteur de vin à temps plein en Belgique ?   

Ce n’est pas facile. Il ne faut pas oublier que la Belgique n’a pas de tradition viticole. Nous appartenons tous à la première génération de vignerons belges, ce qui signifie que nous devons tout investir nous-mêmes. Dans les pays viticoles classiques, les domaines viticoles se transmettent généralement de génération en génération, ce qui fait une grande différence. J’ai cette chance qu’Entre-Deux-Monts est aussi une histoire générationnelle. Mon grand-père possédait le terrain idéal dans le Heuvelland et encouragé par mon père, qui était négociant en vins à Vlamertinge et passionné par son métier, je me suis lancé en 2005. Le domaine de 3 hectares s’est développé et en compte 18 aujourd’hui. » Martin Bacquaert a fourni lui-même le savoir-faire. Il a un diplôme de bio-ingénieur et après avoir fait les vendanges en France un été, il a suivi des spécialisations en œnologie, entre autres à Montpellier et Bordeaux. « L’importance des investissements, la TVA et les impôts font que vous trouverez rarement un vin belge de moins de 10 euros. Beaucoup de producteurs de vin doivent avoir un autre métier en parallèle et la plupart des domaines viticoles jouent la carte de l’œnotourisme. Entre-Deux-Monts mise sur sa belle situation entre le Mont Rouge et le Mont Noir en proposant une ‘Walk & Talk route’, un circuit de 5,8 km à travers les vignobles jalonné de panneaux d’information. » 

5 Copyright Westtoer © Jan D’Hondt 2018

Ces panneaux très instructifs renseignent sur les efforts du domaine en termes de durabilité. « Il ne faut pas confondre biologique et durable. Ce n’est pas tout noir ou tout blanc. La viticulture biologique utilise du cuivre, mais nous y renonçons car il s’agit d’un métal lourd qui n’est pas dégradable. Nous pratiquons une viticulture durable et raisonnée. Nous avons pris un tas de mesures pour réduire notre empreinte écologique au minimum : l’enherbement pour prévenir l’érosion, la plantation de 5 km de haies et de rangées d’arbres locaux pour favoriser la biodiversité, l’usage des herbicides réduit au strict minimum, l’installation de panneaux photovoltaïques… »

Plus d’infos sur : www.entre-deux-monts.be

Lieven Vanmarcke

Wijn uit de Eurometropool: “Heuvelland is voorbestemd om bubbels te produceren”

Belgische wijn is haar plaatsje aan het veroveren tussen de gerenommeerde grote wijnlanden. Door de klimaatopwarming wordt Belgische topwijn realiteit. In de Eurometropool hebben we nog andere troeven. “In Heuvelland zorgt het glooiende landschap voor een goede afwatering en dus droge grond. Samen met het vele zonlicht, de snel opwarmende bodem en de nabijheid van de zee vorm dat een goed microklimaat dat het afrijpen van de druiven stimuleert,” vertelt Martin Bacquaert, de succesvolle wijnbouwer van wijndomein Entre-Deux-Monts in Westouter. 

Door de warme zomer begon de pluk vroeg dit jaar, maar omdat Martin Bacquaert zes druivensoorten kweekt met uiteenlopende rijpingstijd, wordt de oogst toch over een lange periode gespreid. “De regenval heeft de pret wel enigszins bedorven bij de pluk, maar voor de druiven is dat niet erg, de kwaliteit wordt de maanden daarvoor bepaald. Door de uitstekende zomers de laatste twee jaren is de afrijping van de druiven prima. 2018 gaf daarbij een overvloedige oogst. Dit is nu niet het geval, waardoor de wijnen wellicht meer geconcentreerd zullen zijn. Maar het is nog te vroeg om grote uitspraken te doen.” De Pinot 2018 van Entre-Deux-Monts, is net erelaureaat geworden in de Wijnkoopgids 2020 van Frank Van der Auwera. 

3

Twee warme zomers en druiven die helemaal afgerijpt kunnen worden geoogst, is de klimaatopwarming een zegen voor de wijnbouw in ons land?

“We mogen ons niet blindstaren op die twee voorbije zomers, de klimaatopwarming zal zorgen voor meer warme maar tussendoor ook voor koude jaren. Vorst in de lente, droogte, wind en regen, we zullen het allemaal krijgen, maar ik denk dat de traditionele wijnlanden daarbij zwaarder getroffen zullen worden dan wij. Zo zijn er deze zomer al wijngaarden verbrand in het zuiden van Frankrijk. Typisch voor het Heuvelland is dat de nabijheid van de zee een bufferende, temperende invloed heeft. De zomer is bij ons iets minder warm, maar het voorjaar is ook iets minder koud wat het risico op lentevorst vermindert. Dat maakt Heuvelland, een beschermde oorsprongsbenaming ofte BOB, voorbestemd om bubbels, schuimwijn, te produceren. Door de opwarming zien we dat we de dosage (toevoeging van suiker) al kunnen verminderen van 8 à 9 naar 4 à 5 gram. En het zit er aan te komen dat ik in beperkte hoeveelheid een Wiscoutre zonder dosage zal maken. Voor rode wijn ligt dat anders. Ik denk niet dat we de kwaliteit van de betere Franse wijnen kunnen halen. Voor rood gaan de verschillen jaar per jaar nog meer uitgesproken zijn dan voor wit.”

gebouw

Heuvelland heeft ook de geschikte ondergrond.

“Dat klopt. De bodem bestaat uit zandleem die samen met de ijzerzandsteen en de silex, zorgt voor een snelle opwarming aan het oppervlak en een vlotte drainage. De Diestiaanse ijzerzandsteen vind je ook in het Hageland, de Vlaamse Ardennen en de streek rond Doornik. Als je verder afzakt naar Mons krijg je kalksteen die vergelijkbaar is met de ondergrond in de Champagne. Door onze goede ondergrond in samenspel met de helling en de nabijheid van de zee kunnen we wijnen maken met veel fraîcheur. Wijnen die fris, aromatisch en elegant zijn. Wijnen met niet te veel alcohol, iets wat de consument vandaag hoog inschat.”

Is het haalbaar om voltijds wijnbouwer/wijnmaker te zijn in België?   

Dat is niet gemakkelijk. Je mag niet vergeten dat wij hier geen traditie van wijnbouw hebben. Wij horen allemaal tot de eerste generatie Belgische wijnbouwers en dat betekent wij alles zelf moeten investeren. In de klassieke wijnlanden gaan de wijndomeinen meestal van generatie op generatie over en dat scheel enorm. Nu heb ik wel het voordeel dat Entre-Deux-Monts ook een verhaal van generaties heeft. Mijn grootvader bezat de ideale grond in Heuvelland en onder impuls van mijn vader, die een gepassioneerde wijnhandelaar in Vlamertinge was, ging ik van start in 2005. Het domein breidde uit van 3 tot de 18 hectares die het nu heeft.” Martin Bacquaert leverde zelf de knowhow. Hij studeerde voor bio-ingenieur en na een zomervakantie als plukker in Frankrijk, volgde hij specialisaties oenologie o.a. in Montpellier en Bordeaux. “De grote investeringen, de BTW en de taks maken dat je nauwelijks Belgische wijn onder de 10 euro zal vinden. Veel wijnmakers moeten nog een andere job hebben en de meeste wijndomeinen zetten in op enotoerisme. In Entre-Deux-Monts spelen wij de troef uit van onze mooie ligging tussen de Rode en Zwarte berg in een ‘Walk & Talk route’, een wandelroute van 5,8 km langs en door de wijngaarden met infoborden.” 

wijngaard (2) (copyright Westtoer)

Op die infoborden kom je veel te weten over de duurzaamheid die nagestreefd wordt op het wijndomein. “Je moet een onderscheid maken tussen biologisch en duurzaam. Het is geen zwart-wit verhaal. In de biologische wijnbouw wordt koper gebruikt, maar wij doen dat niet omdat dit een zwaar metaal is dat niet afgebroken wordt. Wij doen aan beredeneerd duurzaam wijn maken. We hebben veel maatregelen genomen om onze ecologische voetafdruk zo beperkt mogelijk te houden: gras inzaaien om erosie te voorkomen, 5 km streekeigen hagen en houtkanten aanplanten om de biodiversiteit te bevorderen, het gebruik van herbiciden tot een minimum beperken, zonnepanelen leggen, …”

Meer info: www.entre-deux-monts.be

Lieven Vanmarcke

408km – étape 4 : Enghien – Rumes

Tournée générale (1)

À la fin du Grand Tour, nous suivons la ligne frontalière de l’Eurométropole, une escapade de 408 kilomètres. D’Armentières à Ruiselede, d’Enghien à La Bassée, à la recherche des histoires nées dans la périphérie de notre région frontalière. Pour cette quatrième étape, nous traverserons le sud de la Wallonie picarde jusqu’à la frontière franco-belge.

Edingen ou Enghien

Depuis la traversée de l’Escaut à Amougies, nous nous trouvons en territoire francophone. Pourtant sur le chemin, nous rencontrons à Flobecq (Vloesberg) ainsi qu’à Enghien (Edingen) des panneaux bilingues mentionnant également le nom de la commune en flamand. Il s’agit en effet de communes à facilités. Il a été conclu dans les accords relatifs à la frontière linguistique en Belgique (1963) qu’un certain nombre de communes situées à la frontière flamande-wallonne doivent également pouvoir s’adresser aux habitants dans l’autre langue nationale. L’Eurométropole compte de nombreuses communes à facilités : Mesen (Messines), Spiere-Helkijn (Espierres-Helchin), Enghien (Edingen), Comines-Warneton (Komen-Waasten), Mouscron (Moeskroen) et Flobecq (Vloesberg).

Les lignes à travers la région

Tôt dans la matinée, nous passons par deux axes routiers importants, la E429 et la ligne à grande vitesse Lille-Bruxelles. La E429 ou A8 est le résultat de nombreuses années d’étude et de lobbying. L’autoroute était déjà prévue dans le programme autoroutier de 1960. Une autoroute de Bruxelles à Lille en passant par Tournai devait désenclaver la Wallonie picarde. Le tracé a mené à de nombreuses discussions. Finalement, la première partie de la E429 n’est ouverte qu’en 1978. Dans la décennie suivante, des tronçons d’autoroute sont construits progressivement et ce n’est qu’en avril 2000 que la E429 est achevée.

IMG_2770

La ligne à grande vitesse a une histoire similaire à celle-ci. Au lancement de l’Eurostar en 1994, la ligne à grande vitesse n’était pas encore en service. Les trains Eurostar roulaient entre Lille-Europe et Bruxelles sur les voies ferrées ordinaires. Ce n’est qu’en 1997 que la ligne est entièrement prête. La Wallonie picarde ne peut pas en profiter, car aucun arrêt n’est prévu sur son territoire. Jusqu’à ce jour, la demande d’installer un arrêt revient encore régulièrement.

Château d’Attre

En ces premières journées froides d’automne, le château d’Attre resplendit. Datant de 1752, ce dernier a été construit dans le style classique français. La Dendre court à travers le parc du château. Un peu plus loin se trouve le célèbre zoo de Pairi Daiza. Ce parc se situe sur l’ancien domaine de l’abbaye cistercienne de Cambron.

IMG_2785

Chièvres

On pourrait écrire tout un roman sur l’art des ronds-points de l’Eurométropole. À Chièvres, pas d’œuvre artistique au rond-point, mais plutôt un avion à réaction. Ce chasseur renvoie à la base aérienne qui domine le petit village. À l’entrée, je croise de grosses voitures américaines blindées qui partent en trombe, gyrophares allumés. Chièvres se trouve à proximité du Grand Quartier général des puissances alliées en Europe (SHAPE) à Casteau. La base aérienne de Chièvres a pour tâche principale de transporter les personnes importantes qui y travaillent. Les militaires de l’Organisation du traité de l’Atlantique nord (OTAN) à Evere passent aussi par Chièvres.

IMG_2788

L’aérodrome a été construit par les Allemands pendant la Première Guerre mondiale ; il s’est retrouvé aux mains des Belges après la guerre pour être à nouveau utilisé par l’occupant au cours de la Seconde Guerre mondiale. À partir de 1944, l’aérodrome a été contrôlé par les Américains, avant de devenir la base des forces aériennes belges en 1947. Depuis 1963, le SHAPE en est le propriétaire et emploie de nombreux Américains sur place. Il est interdit d’y prendre des photos, il faut donc se tenir à une certaine distance de la base pour pouvoir le faire.

IMG_2791

La photo aérienne de Wikimedia montre l’amplitude de la base.

1440px-IMG_4269_Chièvres_Air_Base

Château de Beloeil

La commune de Beloeil est le lieu de résidence de la famille de Ligne depuis le quatorzième siècle. Au fil des siècles, la famille a fait du château une variante wallonne de Versailles, avec ses imposants jardins et étangs qui tournent le regard vers la magnifique façade. Le grand étang mesure presqu’un demi-kilomètre de long. Le bâtiment que vous voyez sur la photo n’est qu’une partie de l’original. En décembre 1900, un incendie a ravagé le château. Les années suivantes, le château a été entièrement reconstruit selon les anciens plans.

IMG_2796
IMG_2799

Mer de Sable

Sur la carte, cet endroit semble très prometteur : une mer de sable. En me basant sur ce nom intriguant, je quitte la route à Stambruges, en direction de la forêt. Je ne m’attendais pas à ce que cette région eut été par le passé un paysage de bruyère. La « mer de sable » est en réalité un ancien lac qui a été asséché au cours de la deuxième moitié du dix-neuvième siècle.

Bernissart

J’arrive à l’extrémité sud au point le plus au sud de l’Eurométropole. Bernissart se situe à l’angle extérieur du Borinage, ancienne région minière qui, à son tour, est reliée au Bassin Minier au sud de Lille.

C’est à Bernissart que les miniers ont découvert des restes d’animaux préhistoriques en 1878. Les os de « l’Iguanodon de Bernissart » se trouvaient à une profondeur de 322 mètres. Au début, ils pensaient qu’il s’agissait de roche dure, mais ils observaient en même temps une forte odeur marécageuse. Pas moins de 43 dinosaures gisaient à cet endroit, dont vingt-cinq squelettes quasi complets. L’un d’eux est exposé au musée de l’Iguanodon.

Le Parc naturel des Plaines de l’Escaut

Le Parc naturel des Plaines de l’Escaut est un espace naturel transfrontalier. Il est agréable de s’y promener. Je passe par L’Escale forestière – Bon Secours (Péruwelz), où l’on peut faire une promenade entre les cimes des arbres, à une hauteur de 16 mètres.

Le Grand Large

Le Grand Large, c’est ainsi que se nomme le lac de Péronnes. Un plan d’eau de 45 hectares alimenté par les eaux du canal Nimy-Blaton-Péronnes. Cette voie d’eau remplace le canal Pommerœul-Antoing, qui avait été construit pour transporter du charbon vers l’Escaut.

Un peu avant l’embouchure de l’Escaut, un dénivelé de 18,10 m est compensé par deux écluses. Fasciné, je regarde un bateau de plaisance néerlandais baisser de presque six mètres dans l’immense écluse.

Schermafbeelding 2018-09-14 om 15.49.03

Il est agréable de faire du vélo dans cette région traversée par des cours d’eau. Faites une balade le long des réseaux à points-nœuds de la Wallonie picarde et traversez la frontière en direction de Mortagne-du-Nord et de Flines-lès-Mortagne (FR). Une escapade d’environ 30 kilomètres le long de petits villages, de paysages verts et surtout : le long de l’eau. Du Grand Large à l’Escaut, la confluence avec la rivière Scarpe jusqu’aux canaux qui traversent le Hainaut.

Les châteaux d’eau

408 km de route. Les souvenirs s’accumulent et commencent à former des séries dans ma tête : les ronds-points décorés d’art, les variantes de ralentisseurs ou encore les châteaux d’eau ; celui de Taintignies à Rumes et celui d’Enghien, désormais loin derrière. Audacieux et sphériques.

Rumes

Mes derniers kilomètres en Wallonie picarde me font passer par les communes agricoles au sud de Tournai. Il y fait calme et paisible. Au loin, on peut apercevoir l’effervescence de la métropole Lilloise.

IMG_2832
IMG_6300

Faites connaissance avec Jelle Jacobs. Vous le trouverez dans un petit coin de paradis à Rumes, plus précisément La Glanerie, juste à la frontière. Depuis 2015, il met son jardin à la disposition des cueilleurs, et son magasin au service de clients sensibilisés à la durabilité ainsi qu’à une alimentation saine et équilibrée. Bienvenue au Pic Vert !

Pour la dernière étape, nous traverserons à nouveau la frontière franco-belge et ferons un voyage à travers le sud et l’ouest de la métropole lilloise. Et nous nous envolerons !

408km – rit 4: Enghien – Rumes

Tournée générale (1)

Op het einde van Le Grand Tour trekken we langs de grenslijn van de Eurometropool, een tocht van 408 kilometer. Van Armentières tot Ruiselede, van Enghien tot La Bassée. Op zoek naar de verhalen in de periferie van onze grensregio. In deze etappe trekken we door het zuiden van Wallonie picarde, tot aan de Belgisch-Franse grens.

Edingen of Enghien

We rijden sedert het oversteken van de Schelde in Amougies al een hele tijd op Franstalig grondgebied. Toch vinden we in Flobecq naamborden met de extra vermelding van ‘Vloesberg’ en in Enghien staat de vermelding Edingen mee op de borden langs de weg. Dit zijn immers faciliteitengemeenten. Bij de afspraken rond de taalgrens in België (1963) is afgesproken dat een aantal gemeenten aan Vlaamse en Waalse kant hun inwoners ook in de andere landstaal moeten kunnen aanspreken. De Eurometropool telt heel wat faciliteitengemeenten: Mesen (Messines), Spiere-Helkijn (Espierres-Helchin), Enghien (Edingen), Comines-Warneton (Komen-Waasten), Mouscron (Moeskroen) en Flobecq (Vloesberg). 

Lijnen door de regio

Vroeg in de ochtend passeren we twee belangrijke verkeersaders, de E429 en de hogesnelheidslijn Lille-Brussel. De E429 of de A8 is het resultaat van heel wat jaren studie- en lobbywerk. De snelweg kwam al voor in het autosnelwegenprogramma van 1960. Een snelweg van Brussel via Doornik naar Lille zou Wallonie picarde ontsluiten. Er was heel wat discussie over het tracé. Uiteindelijk is het eerste deel van de E429 pas in 1978 geopend. In de daarop volgende decennia werden stelselmatig stukken aangelegd en pas in april 2000 was de E429 voltooid.

IMG_2770

De hogesnelheidslijn is een gelijkaardig verhaal. Bij de start van de Eurostar in 1994 was de hogesnelheidslijn nog niet in dienst. De Eurostar-treinen reden tussen Lille-Europe en Brussel via de gewone spoorlijnen. Pas in 1997 was de lijn helemaal klaar. Wallonie picarde kan er niet van profiteren, er is geen halte op het grondgebied. Regelmatig, tot op vandaag, duikt nog de vraag op naar een halte.

Château d’Attre

Het kasteel van Attre ligt er prachtig bij in de eerste herfstkou. Het dateert van 1752 en is gebouwd in Franse classicistische stijl. De Dender loopt door het kasteelpark. Iets verder van hier ligt Pairi Daiza, de bekende zoo. Dit park ligt op het voormalige domein van de cisterciënzerabdij van Cambron. 

IMG_2785

Chièvres

Je zou een reeks kunnen maken over rotondekunst in de Eurometropool. Hier in Chièvres geen kunst, wel een straaljager. Het vliegtuig verwijst naar de luchtmachtbasis die het kleine dorp domineert. Bij het binnenrijden word ik gekruist door Amerikaanse gepantserde sleeën die met zwaailichten wegstuiven. Chièvres bevindt zich dichtbij de Supreme Headquarters Allied Powers Europe (SHAPE) in Casteau. Chièvres Air Base heeft als voorname taak de hoge piefen te vervoeren die daar werken. Ook de militairen van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) in Evere krijgen in Chièvres een lift.

IMG_2788

Het vliegveld werd aangelegd door de Duitsers in de Eerste Wereldoorlog, kwam na de oorlog in Belgische handen en werd in de Tweede Wereldoorlog opnieuw gebruikt door de bezetter. Vanaf 1944 was de luchthaven in Amerikaanse handen, om vervolgens in 1947 een basis te worden van de Belgische luchtmacht. Sedert 1963 is de SHAPE eigenaar, met een aanzienlijke Amerikaanse aanwezigheid ter plekke. Foto’s nemen is verboden, dus moet het vanop een afstandje.

IMG_2791

De luchtfoto van Wikimedia toont hoe groot de basis is.

1440px-IMG_4269_Chièvres_Air_Base

Kasteel van Beloeil

De gemeente Beloeil was sedert de veertiende eeuw in handen van de familie de Ligne. Die bouwde het kasteel door de eeuwen uit als een Waalse variant van Versailles, met imposante tuinen en waterpartijen die het oog richten naar de prachtige façade. De grote vijver is bijna een halve kilometer lang. Het gebouw dat je ziet op de foto’s is slechts een deel van het origineel. In december 1900 verwoestte een brand het kasteel. In de daarop volgende jaren is het kasteel helemaal opnieuw gebouwd naar de vroegere plannen.

IMG_2796
IMG_2799

Mer de Sable

Op de kaart klonk het veelbelovend: een zee van zand. Op basis van de beloftevolle naam zwenk ik in Stambruges af van de weg, richting bos. Je zou het in deze regio niet verwachten, maar dit was vroeger een heidelandschap. De ‘zee van zand’ is eigenlijk een voormalig meer dat in de tweede helft van de negentiende eeuw is drooggelegd. 

Bernissart

Ik kom aan op het zuidelijkste punt van de Eurometropool. Bernissart bevindt zich in een buitenhoek van de Borinage, de voormalige Belgische mijnstreek die op haar beurt verbonden is met Le Bassin Minier ten zuiden van Rijsel.

Hier in Bernissart ontdekten mijnwerkers in 1878 de resten van prehistorische dieren. De beenderen van de ‘Iguanodon bernissartensis’ bevonden zich op een diepte van 322 meter. Aanvankelijk dachten ze dat het hard gesteende was, tegelijk namen ze een sterke moerasgeur waar. Maar liefst 43 dino’s lagen er samen, met vijfentwintig bijna volledige skeletten. Eentje daarvan is opgesteld in het Museum van de Iguanodon. 

Het natuurpark van de Scheldevlakte

Het Natuurpark van de Plaines de l’Escaut is een grensoverschrijdend natuurgebied. Je kan er heerlijk wandelen. Ik ga even langs bij L’Escale forestière – Bon-Secours (Péruwelz), waar je een wandeling kan maken tussen de boomtoppen op een hoogte van 16 meter. 

Le Grand Large

Le Grand Large, zo heet het meer van Péronnes. 45 hectare wateroppervlak waar het kanaal Nimy-Blaton-Péronnes op uitkomt. Deze waterweg vervangt het kanaal Pommerœul-Antoing, dat gebouwd was om steenkool te vervoeren naar de Schelde.

Kort voor de monding in de Schelde wordt het hoogteverschil van 18,10 m overwonnen door 2 sluizen. Ik kijk gefascineerd hoe een Nederlandse plezierboot bijna zes meter zakt in de immense sluis.

Schermafbeelding 2018-09-14 om 15.49.03

Je kan heerlijk fietsen in deze regio die doorsneden wordt door waterlopen. Maak een tocht langs de fietsknooppunten van Wallonie Picarde en steek de grens over naar naar Mortagne-du-Nord en Flines-lès-Mortagne (FR). Een tocht van ruim 30 kilometer langs kleine dorpen, groene landschappen en vooral: langs het water. Van le Grand Large tot de Schelde, de samenvloeiing met de Scarpe tot de kanalen die Henegouwen doorkruisen.

Watertorens

408 km rijden. Dat zorgt dat je bijna serietjes in je hoofd begint aan te leggen. Kunst op rotondes. Varianten van snelheidsremmers. Of watertorens. Hier alvast interessante exemplaren, uit Taintignies bij Rumes en uit Enghien, een eindje terug. Brutaliteit en een bol.

Rumes

Mijn laatste kilometers door Wallonie picarde cruise ik door de landbouwgemeenten ten zuiden van Tournai. Het is hier stil en vredig. In de verte lonkt de drukte van de metropool Lille. 

IMG_2832
IMG_6300

Maak kennis met Jelle Jacobs. Je kan hem vinden in een klein paradijselijk hoekje in Rumes, meerbepaald in La Glanerie, pal op de grens. Sedert 2015 staat zijn tuin ter beschikking voor zelfplukkers, zijn winkel voor klanten die bewust omgaan met duurzaamheid, gezonde en smakelijke voeding. Welkom in Le Pic Vert!

In de laatste etappe gaan we de Frans-Belgische grens opnieuw over en maken we een trip door het zuiden en westen van de metropool Lille. En we gaan vliegen!

Sail In Solidarity : l’aventure se doublera

Construire un voilier de la quille au sommet du mât avec des bénévoles, voilà l’idée un peu folle qu’a eu le tournaisien André Robberechts il y a plus de 10 ans. L’aventure se doublera d’une dimension humaine supplémentaire puisque le “Sail in Solidarity” emmènera, dès le printemps 2021, à son bord, des personnes handicapées ou des jeunes en difficultés pour de baptêmes de mer. La construction a démarré en 2017 : 4 ans pour passer du rêve à la réalité.

L’appel de la mer 

« Avoir les pieds sur terre, c’est bien mais la mer, c’est l’évasion, le voyage, un bonheur… Que ce soit pour une petite course ou une grande traversée, c’est toujours la même sensation, quand on libère le bateau, qu’on lève les voiles, qu’on coupe le moteur, c’est fabuleux » André Robberrechts, pétillant septuagénaire, rayonne lorsqu’il est à la barre de son voilier. L’attrait de la mer pour ce photographe et ex patron de magasins dédiés à l’image remonte à l’enfance :  il s’émerveillait de voir l’Atlantique du bastingage du navire qui le ramenait avec sa famille du Congo en Belgique, après 3 jours de train pour traverser l’Afrique. Grand fan de Tintin, il a emprunté au héros d’Hergé le virus du voyage.  

Au bateau de l’enfance se sont ajoutées des voiles de la maturité, à la quarantaine, et depuis le dynamique entrepreneur n’a eu de cesse de faire partager sa passion.

IMG_5255

Une idée folle et un projet social

« Rien que l’acte de construire un bateau avec des adultes et des jeunes qui vont venir aider, découper, poncer, peindre puis naviguer vers l’Angleterre, l’Ecosse ou l’Irlande, c’est un élément fort » explique André. Le bateau aura une vocation sociale : lorsque l’on perd pied ou que l’horizon se rétrécit à cause de la maladie ou du handicap, le voilier qui emmène au large devient une école de vie. « C’est extrêmement formateur, du point de vue mental, physique… C’est une école d’anticipation, d’organisation, de partage de tâches, de vie en commun » 

La construction a démarré en janvier 2017. Une poignée de bénévoles de tous horizons prend ses quartiers dans un ancien hangar du chantier naval Plaquet à Péronnes au pied du Grand Large. Les pièces en bois, le puzzle du bateau, sont découpées chez Dario Dalla Valle à Péruwelz, une entreprise générale de construction qui met à disposition ses machines. De petits « matelots » sont venus aider André Robberechts pour cette opération : ils sont issus du home Delano de Péruwelz qui accueille une septantaine de jeunes, essentiellement français, présentant une déficience intellectuelle modérée ou des troubles du comportement. Geoffrey, Jonathan et Jordan ont fait preuve d’une attention et d’une implication à la hauteur de ce projet qui les fait rêver. « Je n’ai jamais fait de bateau à part le ferry … Je sais que ça va prendre beaucoup de temps pour le construire mais je suis prêt à patienter » explique Jordan et André ajoute « C’est fabuleux de voir déjà leurs sourires et leurs yeux briller »

IMG_5260

Quelques spécialistes au chevet du voilier 

L’équipage peut aussi compter sur un spécialiste : le tournaisien Timothée Deplasse est diplômé en aéronautique et compétiteur. Il pratique la voile à haut niveau depuis une quinzaine d’années, s’entraîne à Dunkerque et est moniteur de voile à Péronnes. « Initier des jeunes à la voile comme moniteur mais aussi les associer à la construction et puis à la navigation, c’est super intéressant » lance le jeune sportif. Timothée a apporté un vrai plus au niveau de la découpe et de la gestion des plans.  Et c’est un autre fana de voile qui est le papa du modèle reproduit « Le Classic 39 » : David Réard, architecte naval, débarque du Sud de la France un jour de mai 2017 pour examiner l’état d’avancement de la construction. 

«Ce ne sont pas les premiers fous que je rencontre, qui se ressemble s’assemble comme on dit » raconte en riant David Réard «et la passion n’a pas de frontières. A ce stade-ci, je trouve que c’est très sérieux, très propre, très précis que ce soit les découpes, les assemblages et les montages. Les alignements sont parfaits : pas 1mm d’écart sur une longueur de 12m. On a affaire à des gens motivés et le résultat est à la hauteur » Un commentaire qui a galvanisé les bénévoles…

IMG_5216

Les « galériens » du samedi qui se mouillent

Chaque samedi matin, qu’il fasse glacial ou étouffant de chaud dans le hangar, durant des mois et des mois, les bénévoles retroussent leurs manches et ne comptent plus leurs heures. Stéphane Duroisin, Jean-Paul Platevoet, Bertrand Thiébaut, Philippe Leclercq, menuisier, retraité, entrepreneur ou ingénieur, ils ont tous tâté de la voile, la pratiquent encore assidûment ou ont simplement été séduits par la dimension humaine du projet. Philippe explique que « ce n’est pas un travail de lutherie mais ça y ressemble : précision et soin sont les conditions de la fiabilité du bateau et parallèlement, cette action solidaire qui nécessite un véritable investissement me plonge au cœur du sujet » Jean-Paul, lui réalise un rêve « un rêve que j’ai toujours eu quand j’étais directeur d’une école technique et professionnelle à Mouscron, c’est-à-dire construire un bateau ou en faire avec des jeunes parce que la sortie en mer, c’est vraiment quelque chose qui apprend à vivre et à vivre ensemble »

Certaines étapes de la construction sont spectaculaires, d’autres plus fastidieuse mais l’enthousiasme toujours au rendez-vous.

IMG_5240

29 Janvier 2018 : journée décisive 

Ce samedi matin de fin janvier, une opération délicate s’annonce : la coque terminée va être retournée et tout est minutieusement préparé, calculé au millimètre et sécurisé. « Il y aura deux phases, le bateau sera sur le flanc à la verticale, puis l’autre quart de tour permettra de le mettre à plat à l’endroit » explique le « capitaine » à un groupe attentif. La concentration est palpable, tout le monde est attentif aux ordres de Timothée et André, chacun a son rôle à jouer et personne ne bouge de son poste. Le jeune Jordan est évidemment de l’aventure : « Depuis la découpe, je suis souvent venu pour poncer et ça a énormément changé : le bateau assemblé c’est super beau à voir ». 

« Le retournement c’est crucial, on y a bien réfléchi, on en a beaucoup rêvé » explique Timothée entre deux étapes. Pour tous, c’est un grand moment de tension mais surtout d’émotion. « C’est vraiment une naissance parce qu’après plus d’un an de gestation à l’envers, le voir à l’endroit, c’est vraiment une naissance. On a une équipe qui est fabuleuse, depuis un an, on s’est soudés » ajoute André ému.

IMG_5263

Et depuis ?

La quille a été coulée avec du plomb de récupération, les cloisons presque installées, le travail d’électricité prêt sur plan, la peinture intérieure programmée l’année prochaine. Le voilier sera mis une première fois à l’eau le 27 septembre 2020 puis acheminé via l’Escaut jusqu’au chantier naval de Nieuport qui lui offrira le mât. Les coups de pouce de ce genre sont nécessaires et l’équipe a également lancé un crowdfunding pour continuer à financer les équipements. Après l’hivernage, l’équipage espère tester le voilier en mer au printemps 2021… Chaque chose en son temps. 

IMG_5265

Un parrain de renom 

Le « Sail In Solidarity » pourra compter sur un parrain de choix pour cet évènement. Le comédien et humoriste français, Danny Boon qui a fait ses études à St Luc Tournai avant de faire carrière sur scène et au cinéma a accepté d’être le parrain de ce voilier décidément pas comme les autres ! « La moitié de la valeur du voilier, c’est le capital main d’oeuvre et pour le reste, nous récolterons des intérêts… des intérêts humains » conclut André Robberechts.

Aniko Ozorai

Info

IMG_5261

Sail In Solidarity: de roep van de zee

Een zeilboot bouwen samen met vrijwilligers. Dat was het bijzondere idee van André Robberechts, ruim tien jaar geleden. In 2017 ging de bouwwerf van ‘Sail in Solidarity’ van start. Ondertussen heeft het project een extra dimensie gekregen: in de lente van 2021 worden met ‘Sail in Solidarity’ zeedopen georganiseerd voor kwetsbare jongeren en mensen met een beperking.

“Het is goed om met de voeten op de grond te staan. Maar de zee, dat betekent: ontsnapping, een reis, geluk, … . Of het nu gaat om een korte race of een lange oversteek, het blijft een fantastisch gevoel als je de motor uitzet en de zeilen hijst.” De sprankelende zeventiger André Robberechts straalt als hij spreekt en als hij aan het roer van zijn jacht staat. 

Bij deze fotograaf en voormalig eigenaar van een fotografiezaak wortelt de aantrekkingskracht van de zee in zijn kindertijd. Hij trok met zijn familie van Congo naar België. Na een treinrit van drie dagen doorheen Afrika gingen ze de boot op. André was er totaal overdonderd door de uitgestrektheid van de Atlantische Oceaan. Het reisvirus betrapte hij van Kuifje, zijn grote held, en ook als volwassene bleef de dynamische ondernemer zijn passie uitdragen.

IMG_5263

Een zot idee en een sociaal project

« Alleen al het bouwen van een boot met volwassenen en jongeren, die komen helpen, snijden, schuren, schilderen en vervolgens naar Engeland, Schotland of Ierland varen, dat is een sterk element, » legt André uit. De boot vervult een sociale rol: in volle zee verdwijnt de handicap of de ziekte. De zeilboot die je naar het buitenland brengt wordt een levensschool. « Het is zowel mentaal als fysiek heel vormend. Je leert anticiperen, organiseren, taken verdelen en samenleven. »

In januari 2017 ging de bouw van de boot van start. Een handvol vrijwilligers uit alle lagen van de bevolking nam haar intrek in een voormalige hangar van de scheepswerf Plaquet à Péronnes, aan Le Grand Large. De houten stukken – de puzzelstukken van de boot – worden gesneden in Dario Dalla Valle in Peruwelz, een bouwbedrijf dat zijn machines ter beschikking stelt. Jonge « matrozen » komen André Robberechts helpen bij deze operatie. Het zijn jongeren die verblijven in het Delano huis in Peruwelz. In dat huis wordt een zeventigtal voornamelijk Franse jongeren met een matig verstandelijke beperking of gedragsstoornissen opgevangen. Geoffrey, Jonathan en Jordan leven hun interesse en betrokkenheid uit in het project, dat hen doet dromen. « Ik weet dat het lang zal duren om een boot te bouwen, maar ik heb geduld », legt Jordan uit. André voegt eraan toe: « Het is geweldig om hen te zien glimlachen en hun ogen te zien schitteren. »

IMG_5260

Enkele specialisten aan de wieg van de zeilboot

De bemanning kan ook rekenen op een expert: de Doornikse Timothée Deplasse is afgestudeerd in de luchtvaart en zeilt ook. Hij zeilt al zo’n vijftien jaar op hoog niveau, traint in Duinkerken en is zeilinstructeur in Péronnes. « Jongeren als instructeur kennis laten maken met het zeilen, maar ze ook betrekken bij de bouw van een boot en het zeilen met die boot is heel boeiend », zo vertelt de jonge sportieveling. Timothée betekende een echte meerwaarde bij het bedenken en uitvoeren van de plannen. 

Een andere zeilliefhebber was de vader is van het gereproduceerde model « Le Classic 39 »: De scheepsarchitect David Réard zakte in mei 2017 van Zuid-Frankrijk af om de voortgang van de bouw te bekijken.

« Dit zijn niet de eerste gelijkgestemde gekken die ik ontmoet heb », zegt David Réard lachend, « en passie kent geen grenzen. Alles klopt tot in de puntjes, of het nu gaat om het snijden van de planken of het monteren ervan. De uitlijning van de planken is perfect: 1mm afstand over een lengte van 12m. Dit zijn gemotiveerde mensen en het resultaat is top. » Een opmerking die de vrijwilligers doet groeien…

IMG_5257

Natte, zaterdagse « galeiers »

Elke zaterdagochtend stroopten vrijwilligers maandenlang de mouwen op, of het nu vroor of snikheet was in de hangar. Stéphane Duroisin, Jean-Paul Platevoet, Bertrand Thiébaut, Philippe Leclercq, timmerman, gepensioneerde, ondernemer of ingenieur, ze hebben allemaal een zeilverleden, zeilen nog steeds, of ze doen gewoon mee uit sympathie. Philippe legt uit dat « het geen lutherse taak is, maar het lijkt er toch op: precisie en zorg zijn de voorwaarden voor de betrouwbaarheid van de boot.  Tegelijkertijd brengt deze solidariteitsactie, die een echte investering vereist, me naar de kern van mijn bestaan.” Jean-Paul maakt zijn droom waar: “toen ik directeur was van een technische en beroepsschool in Moeskroen had ik al deze droom, namelijk het bouwen van een boot of er een bouwen met jongeren, omdat het uitvaren op zee leert om te leven en samen te leven ».

Sommige fases van de bouw zijn spectaculair, andere vervelender, maar het enthousiasme blijft even groot.

IMG_5240

29 januari 2018: een beslissende dag

Er vond een delicate operatie plaats op een zaterdagochtend eind januari: de afgewerkte romp wordt omgedraaid. Dit wordt zorgvuldig voorbereid, tot op de millimeter nauwkeurig berekend en beveiligd. « Het draaien gebeurt in twee fasen. In een eerste fase komt de boot verticaal op zijn zij te liggen, nadien volgt nog een kwartdraai, waardoor de boot rechtop kan zakken, » legt de « kapitein » uit aan een aandachtige groep. De concentratie is voelbaar, iedereen luistert aandachtig naar Timothy en Andrew’s bevelen, iedereen speelt zijn rol en niemand verlaat zijn positie. De jonge Jordan maakt duidelijk deel uit van het avontuur: « Sinds het snijden ben ik vaak komen schuren en het eindresultaat mag er zijn: de geassembleerde boot is echt prachtig om te zien ».

« Het draaien van de boot is cruciaal, we hebben erover nagedacht, en er zelfs over gedroomd », legt Timothée uit tussen twee etappes door. Voor ons allemaal is het een spannend moment, maar vooral ook een emotioneel moment. « Het is echt een geboorte, want na meer dan een jaar werken aan de onderkant, voelt het aan als een geboorte om de bovenkant te kunnen zien. We hebben een geweldig team, we werken nu al een jaar samen », voegt een geëmotioneerde André eraan toe.

IMG_5237

En sindsdien?

De kiel werd gegoten met gerecupereerd lood, de scheidingswanden zijn bijna geïnstalleerd, de elektriciteit was volgens plan klaar, het verven van de binnenkant gebeurt volgend jaar. Het zeilschip wordt op 27 september 2020 voor het eerst te water gelaten en vervolgens via de Schelde naar de scheepswerf in Nieuwpoort gebracht, waar de boot zijn mast krijgt. 

Dit soort hulp is nodig,  het team startte met crowdfunding om de apparatuur te blijven financieren. Na de winter hoopt de bemanning de zeilboot in het voorjaar van 2021 op zee te kunnen testen…. Alles op zijn tijd.

IMG_5252

Een gerenommeerde peter

De « Sail In Solidarity » zal kunnen rekenen op een bijzondere peter. De Franse acteur en komiek Danny Boon, die aan St. Lukas in Doornik studeerde voordat hij carrière maakte op het podium en in de bioscoop, heeft ermee ingestemd peter van deze bijzondere zeilboot te willen zijn. « De helft van de waarde van de zeilboot is het menselijke kapitaal aan werkuren en voor de rest zullen we de vruchten plukken van de belangstelling…. menselijke belangstelling », besluit André Robberechts.

Aniko Ozorai

Info